Make your own free website on Tripod.com
Het dagelijks leven van een boeddhistische monnik

Home

Thailand
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Thailand
De toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
China
-
De geschiedenis van het boeddhisme in China
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Tibet
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Tibet
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Meditatie
Nawoord
Literatuur
Contact
Het dagelijks leven

Rijstoffer aan de hongerige geesten
rijstofferaandehongerigegeesten.jpg

 

Dagorde

 

Om een beeld te schetsen van de dagorde in een Chinees boeddhistisch klooster, beschrijf ik als voorbeeld globaal een dag zoals deze eruit zou kunnen zien in september[1]. De dagorde verschilt namelijk niet alleen in meer of mindere mate per klooster, maar is ook afhankelijk van het weer en de lengte van de dag. Ook is er een verschil tussen grote en kleine kloosters.

 

3.00                De monniken worden gewekt en gaan naar de schrijnenhal waar een ceremonie begint. De plaats waar de monnik staat is afhankelijk van zijn rang. Hoe hoger zijn rang, des te dichter is zijn plaats bij het boeddhabeeld.

 

De liturgie is als volgt:

 

1            Leng-yen chou                Surangama Mantra

2            Hsin-ching                      Hart Sutra

3            Tsan-fo chi                      Loflied aan de boeddha's

4            Jao-fo                               

              reciteren van 'Hulde zij de boeddha Amitabha'

5            reciteren van de drie toevluchtsheuvels:

              Ik zoek mijn toevlucht in de boeddha, de dharma

              en de sangha

6            lofzang aan Wei-t'o                       

              de god die de kloosters en de dharma beschermt

 

Het eerste onderdeel neemt zon 80% van de ceremonie in beslag en heeft als functie het leegmaken van de geest

 

5.00                Iedereen gaat naar de meditatiehal, maar niet om te mediteren. Het is te bedoeling dat ze gaan doezelen om kracht op te bouwen om de dag door te kunnen komen.

 

6.00                In de schrijnenhal wordt het ontbijt opgediend. Dit bestaat uit rijst met gezouten groenten. Voor het eten reciteren de monniken een kort gebed (Kung-yang chou). Ze zullen niet gaan eten voordat de acolyte -zie rangen binnen het klooster- een aantal rijstkorrels naar de binnenplaats heeft gebracht voor de hongerige geesten. Dit alles vindt plaats in absolute stilte.

 

                        Na het eten maken ze hun tanden schoon door op groene wilgentakjes te kauwen. Daarna is er gelegenheid om naar het toilet te gaan. Dit gebeurt in een uiterst discrete wijze en is omringd door taboes. Zo zouden sommige hongerige geesten aangetrokken worden door de geur van ontlasting. Kleine handelingen -zoals het knippen van de vingers- zorgen ervoor dat deze op een afstand blijven.

 

                       Wanneer ze van het toilet afkomen, nemen de monniken deel aan een activiteit dat in het Engels vertaald wordt met 'running'[2], maar dit dekt naar mijn mening het Chinese begrip absoluut niet. De monniken rennen in cirkels, met de klok mee. Onder het rennen bewegen ze hun linker arm van binnen naar buiten, terwijl ze hun rechten arm van voor naar achter bewegen. Ze rennen om het altaar heen. De laagste rangen in de binnenste cirkel en steeds hogere rangen daarbuiten. Ze mogen hierbij de gedachten niet af laten dwalen, maar het is mij niet helemaal duidelijk waar ze dan wel aan moeten denken. Wellicht enkel alleen aan de handeling?

 

7.00             Meditatie in de meditatiezaal

 

8.00             Moment van pauze (er mag gesproken worden)

 

                    Er wordt een stokje wierrook gebrand en naar de keuken

                    gebracht, zodat ze daar weten dat over een uur het eten

                    klaar moet zijn. Zon stukje brandt namelijk ongeveer een

                    uur.

                       

                    Moment van 'running'

 

9.00             Middageten: rijst met verse groenten. Er gelden dezelfde

                    regels als tijdens het ontbijt.

                    Tanden schoonmaken.

                    Enkele minuten 'running'.

                    Theedrinken.

 

10.00           Middagmeditatie afgewisseld door 'running'

 

11.00           Er volgen voor degene die dat nodig hebben lessen in het

                    mediteren. Andere monniken gaan hun dagelijkse taken

                    doen of genieten van een paar uurtjes vrije tijd.

 

14.00           Derde maaltijd van de dag.

                    Daarna kan iedere monnik die er prijs op stelt naar een

                    meester of abt gaan om hem dingen te vragen die hem die

                    ochtend niet helemaal duidelijk zijn geworden. Diegene

                    zal hem een antwoord geven dat afhankelijk is van zijn

                    niveau van ontwikkeling.

 

15.00           Middagceremonie

                    De liturgie voor deze ceremonie is uitgebreider en bevat

                    onder andere ook de 'Zuivere Land Sutra'. Er wordt ook

                    een offer gebracht aan de hongerige geesten.

 

16.00           De monniken doen een middagdutje om al de inspanning

                    van die ochtend los te kunnen laten.

 

18.00            Cyclus van meditatie en 'running'. Langste meditatie van

                     die dag: 1,5 uur.

 

20.00             Eten: zachte rijst, soep en groenten. Dit krijgen ze

                      aangeboden in de meditatiezaal.

                      Als het eten op is wordt dit gevolgd door een moment

                      van 'running'. Daarna houdt de abt een lange toespraak

                      waarin hij nog het een en ander uitlegt. Daarna volgt een

                      moment van 'running' en een kort moment van

                      meditatie. 

 

22.00            De monniken gaan naar bed om de volgende ochtend om

                     drie uur weer op te staan.

 

Festivals

 

Er worden 35 tot 40 feesten gevierd waarvan de belangrijkste waren:

 

1                                de viering van de geboorte van Boeddha de 8e van de 4e

                  maand,

2                                de geboorte, verlichting en dood van Kuan-yi

                  (Avalokitesvara) de 19e van de 2e, 6e en 9e maand

3                                en het festival van de hongerige geesten

 

Deze feesten werden soms met en soms zonder de boeddhistische leken gevierd. Bij de viering van de verjaardag van Boeddha bijvoorbeeld werd een beeld van boeddha 'gewassen' en dit trok veel bekijks.

 

Studie van de teksten binnen het klooster

 

Ik krijg de indruk dat de monniken in China zich -nadat ze tijdens het leerproces dat voorafgaat aan de inwijding kennis hebben gemaakt met de teksten- meer richten op meditatie dan op bestudering van de teksten. Ze reciteren en zingen wel teksten, maar er is in de dagorde geen plaats vrijgemaakt voor studie, tenzij de monniken de studie in hun spaarzame vrije tijd verrichten. Er wordt melding gemaakt van

kloostergemeenschappen die studeren en onderwijzen tijdens de zomer (de 15e van de 4e maand tot de 15e van de 7e maand). Er zijn ook kloosters waar men met zekerheid van kan zeggen dat ze de teksten helemaal niet bestuderen. [3]

Wanneer er wordt onderwezen in de teksten, stuurt men daar aankondigingen over uit waarmee men zowel monniken als leken uit de wijde omtrek uitnodigt. Deze onderwijzing wordt verricht door een dharma-meester.

 

Regels

 

Er zijn drie teksten waar de chinees boeddhistische monniken wat regels betreft in de dagelijkse praktijk op teruggrijpen: de Vinaya, de Pai-chang ch'ing-kuei en de kuei-yŁeh. Deze teksten gaan respectievelijk in op de discipline, het klooster als organisatie en de individuele regels van het klooster. Er zijn in totaal vele honderden regels en de ene regel wordt strikter nageleefd dan de ander. En onder de kloosters heerst weer een grote variatie aan welke regels het grootste belang wordt gehecht. Ik zal ingaan op de regels rondom eten, kleding, persoonlijke hygiŽne en seksualiteit. U dient in uw achterhoofd te houden dat er in China in veel gevallen wel een klooster is te vinden dat in meer of mindere mate van deze regels afwijkt.

 

Eten

 

Sommige kloosters hanteren de regel dat er na twaalf uur s middags geen vast voedsel meer gegeten mag worden, maar in veel Chinese kloosters is dit niet haalbaar omdat het werk van de monniken tot laat in de avond doorgaat. Wel hanteert het merendeel van de kloosters de voedselvoorschriften. Vlees, vis, eieren, zuivelproducten, groenten van de uienfamilie en alcohol is verboden.

 

Kleding

 

De kleding van de Chinese monnik is vaak grijs of donkerbruin van kleur en bestaat naast ondergoed en schoeisel uit verschillende delen die tijdens verschillende situaties gedragen dienen te worden. Zo is er het lange kleed dat tijdens de gebruikelijke werkzaamheden gedragen wordt en een wat kortere variant voor tijdens de handenarbeid. Tijdens rituelen en andere formele activiteiten draagt men een kleed zoals het eerstgenoemde, maar dan met lange mouwen die tot over de handen vallen. Tijdens alle zeer belangrijke formele activiteiten draagt men daar nog een soort toga overheen. Deze heeft een y-vormige hals en bedekt alleen de rechter schouder.

Je kunt aan de kleding van de monnik ook zijn status ontlenen. Het aantal strepen op de zoom, het patroon en de kleur van zijn kleding zijn daarvoor bepalend. Zo draagt een novice vijf strepen, een gewijde monnik 7 strepen of meer en is de toga van de abt vaak rood met wel vijfentwintig strepen.

 

Persoonlijke hygiŽne

 

Sommige monniken scheren hun hoofd en kin volgens de strikte regels twee keer per maand en wassen zich ook niet vaker dan twee keer per maand. De monniken die hiervan afwijken scheren zich vaker of helemaal niet.

Het baden gaat volgens een vast patroon: ze gebruiken allemaal hetzelfde water en ze gaan er in een vaste volgorde in. Eerst de hoogste rangen en dan de steeds lagere. Ik heb nu over een groep van soms wel meer dan honderd monniken. Men wast zich in een groot warm bad met een doekje dat als washandje dient. Het is verboden tijdens het wassen met water te spetteren (te plonsen), zeep te gebruiken en de edele delen te wassen.

 

Seksualiteit

 

Een monnik dient zich niet bezig te houden met seks. Ik las een citaat van een monnik die sprak over wat hij zou doen -of eerder denken- wanneer hij een vrouw zou zien waar hij wel verliefd op zou kunnen worden:

 

I must not think about her. I am a person who has left lay life. I want to become a buddha. If I think about her, I will not become a buddha. I have accepted the prohibitions of ordination and I must keep them. Otherwise I shall become a cow or a horse in my next life."[4]

 

De structuur van het dagelijks leven van de monnik en zijn voedselpatroon - waarin ingrediŽnten die lustopwekkend zouden zijn worden geweerd- geven de monnik ook weinig gelegenheid om aan seks te denken. Bovendien mogen er geen vrouwen in het klooster komen. En in het zeldzame geval dat er nonnen komen, slapen deze in een andere kamer.

Er zijn wel vage geruchten over homoseksualiteit binnen de kloosters, maar deze zijn nooit bevestigd en zo zeldzaam dat het mij niet waarschijnlijk lijkt dat deze geruchten op waarheid gebaseerd zijn. Wel is er sprake van een uiterst platonische liefde tussen de mannen, maar die komt vooral voort uit de sterke familieband die ze voelen.

 

Straffen bij ongehoorzaamheid

 

Wanneer een monnik ongehoorzaam is geweest aan de regels volgt er -over het algemeen- een straf. Deze straf wordt afhankelijk van de ernst van het incident opgelegd door de prefect, de proctor of de abt. De straffen lopen uiteen van het offeren van wierrook of een kleine geldboete tot lijfstraffen en het verwijderen uit het klooster.

 

De organisatie van het klooster

 

De organisatie die ik zal beschrijven is een ideaalbeeld van hoe het Chinese klooster eruit hoorde te zien. Alleen de grootste kloosters komen in de praktijk het dichtst bij dit ideaalbeeld.

 

In het Chinese klooster hanteren ze een voor ons ingewikkelde hiŽrarchie van rangen. Om het ingewikkelde hieraan uit te kunnen leggen, zal ik eerst iets moeten vertellen over de organisatie binnen het klooster.

 

Het klooster bestaat uit vier departementen met ieder hun eigen leidinggever. Deze departementen zijn de meditatiehal, het gastenverblijf, het kantoor en de sacristie. De meditatiezaal is het hart van het klooster en wordt voornamelijk gebruikt als zaal om door middel van meditatie verlichting te vinden. In het gastenverblijf wordt naast de zorg voor de gasten ook de zorg voor het huishouden op zich genomen. Het kantoor houdt zich bezig met een aantal financiŽle zaken en schaft de artikelen aan die nodig zijn voor het verrichten van de huishoudelijke taken van het gastenverblijf. De sacristie is het kantoor van de abt en hij is de hoogste figuur binnen het klooster. De abt heeft over alles het laatste woord.

Binnen al deze departementen hebben monniken een bepaalde taak. Er is ook sprake van een hiŽrarchie aan taken/beroepen. Het ingewikkelde voor ons is dat de titels binnen de beroepenladder van hetzelfde soort zijn als de titels in de rangenladder. De namen zijn beide afgeleid van beroepen of functies. Een monnik heeft dus aan de ene kant een taak in het klooster, bijvoorbeeld senior guest prefect, maar heeft daarnaast ook een rang, in dit geval tang-chu (assistant instructor). De hiŽrarchie van rangen loopt wel parallel met de hiŽrarchie van beroepen, maar heeft dus een eigen rijtje van titels.

 

De rang van een monnik heeft invloed op het praktische aspect van het dagelijks leven. Het bepaalt zijn (letterlijke) plaats in de meditatiehal, maar het brengt ook bepaalde taken voor hem mee - al geldt dat niet voor alle rangen.

Alleen de monniken die in de zaal van de wandelende monniken verblijven, monniken die te gast zijn in het klooster, hebben geen rang. Rangen die zij hebben verkregen in hun thuisklooster gelden niet in het klooster waar ze op bezoek zijn. Hier moet ik wel even bij vermelden dat niet alle monniken die te gast waren in de zaal van de wandelende monniken verbleven. Monniken met een hoge rang verbleven in de gastverblijven en hun rang werd wel degelijk erkend.

 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen rangen in het oosten en in het westen van het klooster. Ik zal een stukje citeren om deze merkwaardige verdeling toe te lichten:

 

 "This was metaphorical geography, based on the usage of the imperial court, where the emperor faced the main entrance door in the center of the south wall. At Chinese monasteries whether or not main door of each hall opened tot the south, we would find the western ranks on the left as we entered, and the eastern ranks on the right."[5]

 

I Oosterse rangen (tung-hsŁ)

   hsiang-teng                      verger 

2    shih-che                            acolyte

3    chi-lu                                recorder

4    shao-hsiang                     thurifer

5    tsu-shih                            deacon

II Westerse rangen (hsi-hsŁ)

1    ssu-shui                            water-bearer

2    ts'an-t'ou                          contemplative

3    chih-tsang                        canon prefect

4    tsang-chu                         librarian

5    shu-chi                             secretary

6    t'ang-chu                         assistant instructor

7    hou-t'ang                         associate instructor

8    hsi-t'ang                           senior instructor

9    shou-tso                           rector             

 
Ik maak gebruik van de Chinese namen en zet daarnaast een Engelse benadering van dit begrip. Ik heb besloten het niet ook nog eens in het Nederlands te vertalen, omdat de dekking van het begrip dan wellicht grotendeels verloren zou gaan.

 

Naast de taken die de rangdrager door zijn 'beroep' worden toegekend, krijgt hij er door zijn rang nog bepaalde taken bij. Dit soort taken lopen uiteen van het aankleden van het altaar tot het offeren van wierrook. Sommige rangen brengen, voor zover bekend, geen taken met zich mee.

 

In theorie kun je als monnik stijgen (of dalen) in de hiŽrarchie van de rangen door middel van het boeken van vooruitgang (of achteruitgang) op religieus gebied (meditatie), maar in de praktijk valt promotie op de rangenladder samen met promotie op de beroepenladder.

 

 

 

 

 



[1] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 53-74

[2] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 63

[3] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 310

[4] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 117

[5] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 37-38

marina.jpg