Make your own free website on Tripod.com
Het dagelijks leven van een boeddhistische monnik

Home

Thailand
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Thailand
De toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
China
-
De geschiedenis van het boeddhisme in China
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Tibet
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Tibet
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Meditatie
Nawoord
Literatuur
Contact
Toetreding tot de sangha

toetredingsrite.jpg

 

Wanneer een boeddhistische leek toetreedt tot de sangha wordt hij novice. De minimumleeftijd daarvoor is 10 jaar. Wanneer de persoon in kwestie nog niet volwassen is, wordt er vaak een contract opgesteld met de ouders waarin zij toestemming geven voor de intreding. Dit uit angst dat de ouders het klooster aan zullen klagen wegens ontvoering. Wanneer een leek novice wordt, komen er nog geen geloften bij kijken. Een novice kan na zijn toetreding er ook zonder problemen voor kiezen terug te gaan naar zijn familie en het klooster achter zich te laten wanneer hij spijt krijgt van zijn keuze.

 

De toetredingsrite is eenvoudig. Vrienden, familieleden en de monniken worden uitgenodigd om toe te kijken hoe de leek toetreedt tot de sangha. Dit is het moment waarop hij afscheid neemt van zijn familie. Voortaan zullen de bewoners van het klooster zijn familie zijn. Zijn meester zal zich over hem ontfermen als een vader. Andere novicen zullen zijn broeders zijn.

 

Toetredingsrite

 

De ceremonie begint wanneer de novice in spť en zijn toekomstig meester zich letterlijk onderwerpen aan de boeddha en wierrook offeren. Vervolgens knielen zij voor het beeld van Maitreya en geeft de meester een korte preek waarin hij spreekt over Sakyamuni die op een nacht zijn paleis verliet, zijn haar afknipte en het lekenleven achter zich liet. De meester waarschuwt hem vervolgens dat wanneer hij toetreedt tot de sangha ook zijn huidige leven en familie achter zich zal moeten laten. De meester laat hem vervolgens afscheid nemen van zijn familie.

De toekomstige novice zal vervolgens negen buigingen maken voor de Drie Juwelen: de boeddha, de dharma en de sangha. De meester zal zijn hoofd besprenkelen met gewijd water en de zijkanten van zijn hoofd scheren. Vervolgens zal hij drie keer vragen of hij zeker is van zijn zaak, dat hij nu nog terug kan komen op zijn beslissing. Wanneer hij drie keer bevestigend heeft geantwoord zal hij helemaal kaal geschoren worden en een monnikskleed aankrijgen. Nu zal hij voor de eerste keer als novice wierrook offeren. Er wordt een slotzang gezongen en er volgen felicitaties. Na deze ceremonie volgen hem maanden tot jaren van studie waarin hij zal leren een monnik te zijn.

 

De minimumleeftijd om ingewijd te worden is 20 jaar, maar hier wordt wel eens van afgeweken. De inwijdingsrite bestaat uit drie delen, in drie ceremoniŽn waar enkele weken tijd tussen zitten.

 

1          Bij de eerste moet hij de 'Drie Toevluchtsoorden' (boeddha, dharma en sangha)reciteren en de Tien Geloften van de sramanera afleggen

2          Bij de tweede moet hij de 250 geloften van de
           
Pratimoksa afleggen

 

Een dag voor de derde ceremonie ontvangt hij brandmerken op zijn hoofd (daaraan herken je ook een Chinese monnik)

 

3          Bij de derde ceremonie moet hij de 58 Bodhisattva Geloften
            afleggen.        

 

Hierna is hij een volwaardige ingewijde monnik.

 

Leeftijd

 

Er gaan geruchten over ouders die hun kinderen verkochten of overdroegen aan het klooster, maar naar mijn mening zijn die verhalen zwaar overdreven[1]. Het is al bekend dat er kinderen toetraden tot de sangha, de minimumleeftijd om novice te worden is immers tien jaar, maar er zijn maar enkele gevallen bekend waarbij het ging zeer jonge kinderen en baby's. En daarbij ging het voornamelijk om ouders die tijdens een ernstige ziekte van hun kind de belofte aflegden het kind naar het klooster te brengen als het weer beter zou worden; uit dankbaarheid. Er is echter geen enkel geval bekend van een kind dat zou hebben deelgenomen aan de inwijdingsrite.

 

Motivatie

 

Het is moeilijk om weer te geven wat mensen beweegt om toe te treden tot het klooster. Er zijn wel gegevens over te vinden, maar het is in twijfel te trekken of de respondenten zich zelf wel volledig bewust waren van hun beweegredenen. Ik zal hier toch een globaal overzicht trachten te geven van hun mogelijke motivaties. Dit is grotendeels gebaseerd op een onderzoek dat Holmes Welch heeft verricht[2].

 

-           Vlucht uit de samenleving

-           Ziekte

-           Wees

-           Onder druk van de familie

-            Aangetrokken tot de levenswijze

-            Interesse in het boeddhisme

 

Vlucht uit de samenleving

 

Het is vanuit ons gezichtsveld - ik doel nu op de westerlingen - misschien een laffe daad om te vluchten uit een samenleving die je niet bevalt in plaats van het aangaan van uitdagingen, maar vanuit boeddhistische oogpunt was dit een heel nobele keuze. De Boeddha zelf heeft immers dezelfde keuze gemaakt[3].

 

Ziekte

 

Er treden boeddhistische monniken in het klooster als gevolg van ziekte. Soms worden ze als kind naar het klooster gebracht omdat ze ziek zijn en een monnik de ouders ervan overtuigd heeft hem te kunnen genezen. Of de ouders brengen het kind nadat het na een ernstige ziekte weer is opgeknapt naar het klooster uit dankbaarheid (zie hierboven). Het komt echter ook voor dat er mensen het klooster ingaan omdat er een familielid ziek is en ze denken langs deze weg de poorten naar hun genezing te kunnen openen.

 

Wees

 

Soms verliezen kinderen hun ouders en is er niemand meer in de familie -of daarbuiten- die voor hen kan zorgen. Soms heeft het kind alleen nog zijn oude opa en oma of helemaal geen familie meer. Vaak worden dit soort kinderen naar het klooster gestuurd.

 

Onder druk van de familie

 

Dit komt vaak voor wanneer er al meerdere familieleden in het klooster zitten. Ook komt het wel eens voor dat een naaste familielid in een droom of een visioen de toekomst van het kind in het klooster claimt te hebben gezien. Er wordt dan aangenomen dat deze boodschap uitgevoerd moet worden en zo ontstaat er een druk op het kind: het moet en zal monnik worden. Er moet wel bij gezegd worden dat deze kinderen het vaak erg naar hun zin hebben in het klooster en die druk van de familie als eerste zetje in de goede richting wordt gezien.

 

Aangetrokken tot de levenswijze

 

Het leven in het klooster werd als goed, vredig en gestructureerd gezien en veel mensen voelden zich daartoe aangetrokken. Dit had ook een grote impact op de kinderen die in aanraking kwamen met het klooster en vanwege hun goede ervaringen toetraden tot het klooster.

 

'The first time I went, the old abbot gave me candy. I was just a child. I thought that things were very good at the temple, so I left lay life. I did not know anything about Buddhism. I only knew that this was what I wanted to do.'[4]

 

Interesse in het boeddhisme

 

Sommige mannen waren hun hele leven al actief als boeddhistische leken en kwamen op latere leeftijd tot het besef dat ze zich alleen als monnik volledig konden wijden aan het boeddhisme.

 

Overige motivaties

 

Ontsnappen aan de armoede is een beweegreden die hieronder valt. Hieronder vallen ook de motivaties als ongelukkig in de liefde en op de vlucht voor familieruzies of een crimineel verleden. Dat laatste komt niet zo vaak voor, het is niet zo dat een groot deel van de monniken een crimineel verleden heeft. Opmerkelijk is wel dat er bijna nooit over een roeping wordt gesproken, zoals in het christendom.

 

 

 



[1] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 251-252

[2] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 258-269

[3] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 260

[4] H. Welch, The Practice of Chinese Buddhism 1900-1950, Harvard 1967, 261-262

tijdensceremonie.jpg