Make your own free website on Tripod.com
Het dagelijks leven van een boeddhistische monnik

Home

Thailand
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Thailand
De toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
China
-
De geschiedenis van het boeddhisme in China
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Tibet
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Tibet
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Meditatie
Nawoord
Literatuur
Contact
Het dagelijks leven

thailand_pindapata2.jpg

De dagindeling van een monnik

 

Er is in niet echt sprake van een uniform kloosterleven, maar ik wil hierna toch een doorsnee schetsen van het dagelijks leven van een monnik in een gewoon klooster Thailand. Het maakt echter verschil of het klooster op het platteland of in de stad is, in een groot of een klein klooster. Het kloosterleven speelt zich voornamelijk af binnen de muren van het kloostercomplex.

 

Tijdens de Vassa, de regentijd, en tijdens feestdagen, draait het kloosterleven voor de monniken en de novices om de ochtend- en avonddienst. De Vassa is zo belangrijk dat er een maand tot zes weken aan voorbereiding aan vooral gaat. Het is zo belangrijk omdat het religieuze leven dan het diepste is, en omdat er dan veel meer monniken in het klooster wonen, die ook ingewijd moeten worden.

 

In de normale periode, zijn de ceremonieën voor overledenen die de monniken bij mensen thuis uitvoeren dat waar het leven van de monniken om draait. Ze kunnen dan laten zien dat ze goede monniken zijn, dus monniken die verschillende sutras uit hun hoofd kennen. Dat levert overigens niet alleen prestige op, maar ook geld voor het klooster.

 

Het reciteren van sutras ter ere van overledenen kan heel lang duren, en er meestal acht monniken bij aanwezig. Als er in een klooster niet genoeg monniken beschikbaar zijn voor de ceremonie, dan werken monniken uit meerdere kloosters gewoon samen.

 

Hoe druk monniken het hebben hangt erg af van het klooster waarin ze leven. In het ene klooster is een vol programma, in het ander hebben de monniken veel meer vrije tijd. Wat in vrijwel alle kloosters gelijk is, is de ochtend- en avonddienst. Verder is voor in het algemeen de Vassaperiode het drukste voor de monniken, en op feestdagen vervelen ze zich ook zeker niet.

 

Maar hoe druk het ook is, elke ochtend zullen ze een ronde door de omgeving lopen om voedsel en andere dingen te verzamelen. Dit wordt in het Thai bint'bat of anders pindapata genoemd. [1]

 

Voor de monniken, voor zover je daarvan dus kunt spreken, begint de dag om 4 uur s ochtends. Dat is in Thailand twee uur voordat de zon opkomt. De boeddha heeft gezegd dat vier uur slaap per dag genoeg moet zijn, maar deze monniken hebben al zes uur geslapen. Toch komen ze schijnbaar zonder moeite hun bed, dat niet meer is dan een dun matras met een katoenen laken.

 

De bel die de monniken wekte, wekte ook de honden en katten die in het klooster wonen. Deze honden en katten zijn niet het persoonlijke bezit van de monniken, maar er wordt wel voor ze gezorgd.

 

Na het opstaan wassen de monniken zich, kleden zich aan, en eren de Boeddha door de Zeven Tmnn op te zeggen. Vervolgens doen ze wat huishoudelijke klusjes als schoonmaken, en daarna gaan ze mediteren, zittend dan wel lopend.

 

Wanneer het licht wordt gaan de monniken op pad om voedsel te verzamelen. Dit heet pindapata en houdt in dat de monnik stil, zonder te vragen, ogen op de grond gericht, op blote voeten door de buurt gaat met een kom in zijn hand. Hij stopt alleen wanneer iemand hem vraagt te wachten op een aalmoes. Want het is zo dat het een gunst is om een aalmoes te mogen geven. Het is dus niet de monnik die om een gunst vraagt, maar het is de monnik die een gunst verleent.

 

De monniken krijgen eten dat zo te eten is, dat dus niet meer klaargemaakt hoeft te worden, bijvoorbeeld gekookte rijst, maar ook pakken melk, sap en koekjes. Sommige mensen geven elke dag aalmoezen aan de monniken, anderen geven alleen bij speciale gelegenheden in de familiesfeer. De monniken krijgen niet alleen eten, maar ook andere dingen die nodig zijn in een klooster.

 

Om ongeveer halfacht keren de monniken terug naar hun klooster, met het eten. Ze eten altijd samen, en ook anderen die er zijn rond etenstijd en de dieren krijgen wat.

 

Na het ontbijt gaan de monniken verder met mediteren, reciteren, zingen of lessen in Boeddhisme volgen, lezen of zelfs even slapen. Om ongeveer 11 uur is het tijd voor het laatste maal van de dag. Ze mogen daarna nog wel drinken, wat ook wel nodig is omdat het buiten vaak erg warm is.

 

's Avonds mogen de monniken bezoek ontvangen, maar niet te lang. Verder mediteren ze en eventueel studeren ze. [2]

 

Tot zover een min of meer algemeen beeld van de tijdsbesteding van monniken in een klooster in Thailand. Maar als er een ding is waar ik bij het onderzoeken van dagelijks leven van monniken in Thailand ben achtergekomen, is dat er bijna net zoveel verschillende kloosters als verschillende dagindelingen zijn.

 

Nu heb ik hiervoor een redelijk algemeen beeld proberen te schetsen. Vervolgens wil ik nog een specifiek voorbeeld geven van het dagelijks leven in een bepaald klooster. Ik ben hierbij uitgegaan van een boek[3] over drie kloosters in Thonburi, een buitenwijk van Bangkok.

 

De dagindeling van een (leerling)monnik in het Noinanghong en het Samkuti klooster:

 

5u                    Opstaan, aankleden, reciteren van de zeven 
                         Tamnaan

6u                    Bint'bat/pindapata

7u                    Ontbijt

8u-10u             Douche eigen activiteiten

10u                  Gaan naar het huis van gelovigen om een ereritueel
                        te 
doen voor levenden

10:30               Reciteren van teksten op een speciaal ingerichte
                        plaats

11:15               Voorbereiden van de lunch

11:30-12u        Lunch

12:30               Terugkeer naar klooster

13:30               Rusten, eigen activiteiten en voor sommigen
                        mediteren

15 of 16u        Klaarmaken van salamerçop, voor een ereritueel
                        voor
overledenen

20u                  Einde van het ritueel

20-24u             Rust, eigen activiteiten of een nieuw ereritueel

 

Op doorsnee feestdagen is het schema iets anders:

 

5:00                 Opstaan, aankleden en de Zeven Tamnaan reciteren

5:30                 Bint'bat/pindapata

6:45-7:30         Ochtenddienst, geloofsbelijdenis

7:30                 Ontbijt

8:00                 Douche, eigen activiteiten

10:00               Naar een gelovige familie

10:30-16:00     Zelfde activiteiten als op normale dagen

16:00-17:00     Avonddienst, geloofsbelijdenis

 

De belangrijke feestdagen zien er ongeveer net zo uit als het schema hierboven. Het verschil is dat er bij belangrijke feestdagen s avonds de Patimokkha wordt gereciteerd. Tijdens de regentijd gaan de ochtend- en avonddiensten gewoon door, maar worden er veel minder vaak huisrituelen uitgevoerd. De dagindeling tijdens de regentijd is hetzelfde als bij niet al te belangrijke feestdagen.

 

Dagorde student-monniken

 

Veel van de monniken in de Thaise kloosters zijn eigenlijk meer een soort studenten aan een boeddhistische universiteit. Deze monniken doen minder dan anderen mee aan religieuze activiteiten, maar zijn meer in het klooster om te leren. Wat ze leren staat hieronder beschreven.

 

Het dagelijks leven van een student-monnik in het Noinanghong en het Samk klooster:[4]

 

5:00                 Opstaan, aankleden, meditatie

5:40                 Bint'bat

7:00                 Ontbijt

8:00                 Vrije tijd studie of eigen activiteiten

10:30               Vrije tijd studie of meedoen aan verzoeningsrituelen
                        voor levenden

11:00               Lunch

12:00               Douchen

13:00-18:30     Les op universiteit, Pali leren

19u                  Vrije tijd studie

 

De student-monniken worden niet gezien als echte monniken, omdat het regime niet zo streng is, en ze maar weinig tijd echt aan de verdieping van hun geloof besteden, de studie kost meer tijd.

  



[1] M. Marlière 1977, p 94-103

[2]thaistudents.com

[3] M. Marlière 1977, p. 94-103

[4] M. Marlière 1977

[5] B. J. Terwiel 1979, 105-114

[6] B.J. Terwiel 1979, p. 63

[7] B.J. Terwiel 1979, p. 105-107

thailand_pindapata1.jpg


netjes_zitten.jpg

Wat monniken leren in het klooster[1]

 

Leefregels in Thaise kloosters

 

Het eerste wat nieuwe monniken in een klooster leren, zijn de leefregels. In principe moeten alle monniken zich gedragen naar de Vinaya Piaka, en dan vooral naar de Ptimokkha, het bekendste deel van de Vinaya Piaka. Maar wanneer een jongen in het klooster aankomt wordt niet van hem verwacht dat hij alle regels die hierin beschreven worden kent. Zelfs sommige ervaren monniken kunnen de Ptimokkha niet reciteren. Het belangrijkste is dat ze de vier hoofdregels kennen. Die worden meestal als volgt uitgelegd:

-          Een monnik die seksuele omgang heeft met een levend wezen is niet langer lid van de orde.

-          Een monnik die een object steelt dat meer waard is dan een baht is niet langer lid van de orde.

-          Een monnik die opzettelijk een mens doodt verdrijft zichzelf uit de orde.

-          Een monnik die liegt over zijn magische krachten is niet langer lid van de orde.

Een monnik die met deze regels breekt wordt niet alleen uit de orde gezet, maar een monnik die uit de orde is gezet zal ook in de samenleving niet meer geaccepteerd worden.

 

 Wat ze verder leren

 

Alles wat monniken leren in de kloosters kan onderverdeeld worden in twee categorieën: religie en gedrag. Maar het is natuurlijk wel zo dat religie en gedrag nauw met elkaar zijn verbonden. Na de inwijding, waarin ze ook al veel geleerd hebben, leren de nieuwe monniken eerst hoe ze over zichzelf en andere leden van de sanga - moeten praten, namelijk in een soort priesterlijke taal. Ook moeten ze wennen aan hun veranderde positie in de samenleving, en hoe om te gaan met andere leden van de sanga.

 

Gedrag en omgangsvormen zijn erg belangrijk in Thailand. Ook of misschien wel vooral monniken moeten op hun gedrag letten. Ze leren in het klooster dan ook zich net te gedragen. Dat houdt in dat ze zich ingetogen, vriendelijk en kalm moeten gedragen. Hij mag nooit enthousiast, ongecontroleerd handelen of boos worden. Daarom mag hij ook niet rennen, springen, gokken, dansen of alcohol nuttigen.

 

En het gaat nog verder, ze moeten zich niet alleen netjes gedragen, maar er ook netjes uitzien. Als een monnik zit, moet hij zijn ledematen ordenen. Als hij loopt mogen zijn armen niet zwaaien. Hij mag lachen, maar niet uitbundig. Hij mag baden, maar niet zwemmen. Hij mag voetbal kijken, maar niet meedoen. En als hij eet moet hij, al heeft hij nog zon honger, langzaam eten, en niet laten blijken of hij iets lekker vindt. Eigenlijk is het zo dat hij zich niet hechten aan de smaak van eten, omdat hij geen garantie heeft dat eten altijd lekker zal zijn, en dat dat dan zou leiden tot dhukka (lijden).

  

Als ze gewend zijn aan hun nieuwe rol, leren ze zingen/reciteren uit de Sùadmon Cèd Tamnaan, die eigenlijk een bloemlezing uit de Pali-canon, met verzen van latere, beroemde monniken is. Ook leren ze wat ze wanneer horen te reciteren. Meestal mogen ze reciteren met het boek erbij, maar dat mag niet als er leken bij zijn. Ook wordt uit het hoofd kennen gelijkgesteld met in het hart kennen, en geniet dat dus de voorkeur.

 

Ze zingen allemaal tegelijk, unisono. Bij langere sessies zitten ze, netjes in rijen, met hun gezicht naar een beeld van de boeddha, met hun handpalmen op borsthoogte tegen elkaar. Monniken die de tekst nog niet goed genoeg kennen doen zo goed mogelijk mee.[3] Op de inhoud van de gezangen en daarmee de inhoud van het boeddhisme ga ik hier verder niet in.



[1] B. J. Terwiel 1979, 105-114

[2] B.J. Terwiel 1979, p. 63

[3] B.J. Terwiel 1979, p. 105-107