Make your own free website on Tripod.com
Het dagelijks leven van een boeddhistische monnik

Home

Thailand
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Thailand
De toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
China
-
De geschiedenis van het boeddhisme in China
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Tibet
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Tibet
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Meditatie
Nawoord
Literatuur
Contact
De toetreding tot de sangha

 Leeftijd[1] 

 

Kinderen (vooral de jongens) gaan in Thailand sinds 1932 naar een overheidsschool om te leren lezen en schrijven. Voor 1932 leerden sommige kinderen dat in een klooster. Het klooster was toen de enige mogelijkheid iets in theorie te leren. Verder leren kinderen natuurlijk van hun ouders, verdere familie en omgeving. Op de overheidsschool leren de kinderen naast lezen en schrijven vooral beleefd zijn tegen hun ouders, en nog beleefder tegen hun leraren. Nog beleefder dan tegen hun leraren moeten ze zijn tegen de koning, maar het meest beleefd moeten ze zijn tegen de Boeddha. Dit geeft ook meteen de hirarchie aan.

 

Dgwd

 

Dgwds, een soort hulpjes voor de monniken in het klooster, worden nog wel in het klooster opgeleid. De dgwds zijn jongetjes die een leeftijd hebben van meestal tussen de zeven en veertien jaar oud. De ouders hoeven, als hun zoons dgwds zijn, niet voor ze te zorgen: ze krijgen eten er wordt op ze gelet en ze leren lezen en schrijven. En als het een beetje meezit; met andere woorden, als het kind intelligent en genteresseerd is, houdt hij er in religieus opzicht ook nog wat aan over. In ruil voor dit alles doen de kinderen allerlei kleine klusjes, zoals helpen met eten ophalen (zie volgende hoofdstuk).



[1] B.J. Terwiel 1979, p. 61 vvv

thailand_degwad.jpg

Novice

 

Een verhaal apart zijn de novices, nieuwelingen in het klooster. Bij novices is er een groot verschil tussen stad en platteland. In de stad zijn er ruim drie keer zoveel novices per klooster als op het platteland. Nu is het zo dat in de stad er ook meer monniken per klooster wonen, dus in dat opzicht is dit niet verwonderlijk, maar de betekenis van het noviceschap is ook anders in de stad dan op het platteland. Op het platteland wordt een man beschouwd als volwassen als hij novice is geweest. In de stad wordt een jongen pas als volwassen beschouwd als hij een tijdje monnik is geweest. De kwaliteit van het onderwijs in sommige van de kloosters in de stad wordt als hoog beschouwd, wat ook novices aantrekt.

 

Ook hier geldt dat novice worden vroeger, dat wil zeggen vr 1932, voor een jongeman van een jaar of twintig de enige mogelijkheid was om gevorderd onderwijs te genieten. Het grote verschil tussen onderwijs in een klooster en op een school is dat het onderwijs in een klooster gericht is op een religieus leven, en dat het onderwijs op school gericht is op een seculier leven. Een ander verschil is dat alleen jongens in een klooster onderwezen kunnen worden, en dat meisjes alleen op een school terechtkunnen om te leren.

 

Monnik

 

Als een jongen twintig wordt is het wenselijk dat hij monnik wordt. Het is dan wel zo dat mensen in Thailand niet precies weten hoe oud ze zijn, maar ze weten maar al te goed in welk jaar iemand twintig wordt. Eigenlijk wordt van iedere man in Thailand verwacht dat hij eens in zijn leven, al is het maar kort, monnik is. Niet iedere man doet dit ook daadwerkelijk, en tegenwoordig worden relatief steeds minder mannen monnik. De regentijd is de periode dat de meeste mannen in het klooster wonen. Voor vrouwen is een zoon in een klooster sponsoren het hoogste wat ze kan doen met betrekking tot kloosters.

 

 


thailand_meditate.jpg

Redenen voor jongens om monnik te willen worden[1]

Het idee dat een jongeman heeft van het leven in een klooster heeft, is meestal niet erg realistisch. Een deel van de jongens herinnert zich nog iets van zijn tijd als dgwd. Toen keken ze erg op tegen de monniken. Andere jongens denken aan de monniken die ze zien langskomen, tijdens hun pindapata, eten verzamelend. Ook kunnen ze een idee krijgen van het kloosterleven door het bijwonen van diensten opgedragen door monniken.

 

Door dit gebrekkige idee van het leven in een klooster kunnen ze eerder geneigd zijn om in het klooster te gaan. Ze weten in ieder geval dat ze, zodra ze monnik zijn, een hoge status hebben. Verder hoeven ze geen zwaar werk meer te doen als ze monnik zijn. Bovendien kunnen ze, als het toch tegenvalt, ongestraft weer leek worden.

 

Toch is het zo dat het monnik worden vaker uitgaat van de omgeving van de jongeman dan van de jongeman zelf. Het is ook positief voor zijn omgeving dat hij monnik wordt, want zij die hem sponsoren krijgen ook prestige en goede karma. Vooral de moeders van de jongens oefenen vaak veel druk uit. Het is voor een vrouw het hoogst religieus haalbare dat een zoon monnik wordt.

 

De redenen van de jongen zelf kunnen allerlei verschillende zijn, die niet pers religieus hoeven te zijn. Omdat vrijwel alle jongens van ongeveer twintig in het klooster gaan, zal hij het wel gezellig vinden. Ook zal hij in een sociaal isolement raken als hij de ervaring en de religieuze verdieping die het leven in een klooster brengt, mist. Het is ook niet zon grote opoffering, want de meeste mannen blijven maar een regenperiode, dus gedurende drie maanden in het klooster. Gedurende die drie maanden is er ook weinig te doen in de landbouw.

 

De meest gehoorde reden voor jongens om in het klooster te gaan, die dan ook alom geaccepteerd wordt, is om kennis te verwerven. In Thailand kent men een kort rijmpje over redenen om in het klooster te gaan:

 

Inwijding om een belofte aan de goden te vervullen,

Inwijding om armoede te ontvluchten,

Inwijding om van een vrouw te vluchten,

Inwijding om geld te sparen,

Inwijding om beter eten te krijgen dan thuis,

Inwijding om bij je vrienden in het klooster te zijn.

 

Na de eerste drie maanden wordt er nauwelijks druk uitgeoefend op de jongemannen om nog langer in het klooster te blijven. Dat is een afweging van de jongen zelf. Hij zal ervoor kiezen te blijven als het leven als monnik hem trekt, of hij in het klooster meer kansen heeft op een goed leven dan erbuiten, enz. 'Behind the monkdom of Buddhism hides certainly much laziness and a pleasure in having an idle life, but also can one find much serious piety and a striving for spiritual completeness.' [W. Credner, Siam, das Land der Tai, Osnabrck 1966,p. 341]

 

Inwijdingsrite

 

Aspirant-monniken leven eerst een periode (dagen tot weken) in het klooster zonder monnik te zijn. Dan leren ze triviale dingen, zoals de vloer dweilen en hoe ze een mantel moeten dragen. Ook wordt hen dan verteld wat de dagindeling is en wat van ze verwacht wordt. Veel belangrijker wordt gevonden dat ze ook leren hun wijdingsplechtigheid voor te bereiden. Het voorbereiden bestaat uit het - zonder boek - kunnen reciteren van wijdingstekst uit de Sadmon Cd Tamnaan, het belangrijkste boek voor beginnende monniken. (De tekst is in Pali en dus voor de meeste monniken onbegrijpelijk.) Als het reciteren misgaat, worden ze overigens geholpen, desnoods wordt het letterlijk voorgezegd. Het gaat erom, dat ze de tekst uitspreken.

 


[1] B.J. Terwiel 1979, p. 101 vv