Make your own free website on Tripod.com
Het dagelijks leven van een boeddhistische monnik

Home

Thailand
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Thailand
De toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
China
-
De geschiedenis van het boeddhisme in China
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Tibet
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Tibet
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Meditatie
Nawoord
Literatuur
Contact
Het dagelijks leven

worship_monastery.jpg

  

De dagorde

 

Het leven in een klooster is druk. Monniken hebben allerlei taken, zowel voor de individuele studie als voor de kloostergemeenschap. Het klooster is niet, zoals veel mensen het zich voorstellen, een oceaan van rust en stilte, integendeel; de hele dag door zijn er activiteiten en stil is het er bijna nooit. Het dagelijks leven begint s ochtends vroeg en eindigt s avonds laat. Een voorbeeld van een dag van een monnik:

 

5.00                                              opstaan

5.00-7.00                                      morgengebed en studeren

7.00-8.30:                                     ontbijt

8.30-11.00                                    lessen

11.00-13.00                                  lunchpauze

13.00-15.00                                  lessen

15.00-15.30                                 theepauze

15.30-16.30                                 lessen

16.30-17.00                                 pauze

17.00-18.00                                 debatlessen

18.00-19.00                                 avondeten

19.00-21.30                                 studeren

21.30-22.30                                 theepauze

23.00                                           bedtijd

 

Op zaterdag is het tot 8.30 hetzelfde schema als op andere dagen, maar in plaats van de lessen die monniken anders s ochtends volgen, word er gedebatteerd tot 10.30. Daarna zijn de studenten vrij om te gaan tot 21.00. Dan moet iedereen terug zijn. Op zondag is men de hele dag vrij tot 19.30. Op deze tijd moet iedereen aanwezig zijn voor de debatten, die in groepen gehouden worden. 

 

Naast de vrije dagen in het weekend zijn er soms ook enkele andere vakanties die een of twee dagen duren. Er is in het jaar een lange vakantie, meestal nadat de lessen zijn afgerond. Na de examens zijn er ook drie vrije dagen. In die vakanties kunnen monniken hun families en vrienden bezoeken of in het klooster blijven voor extra lessen.

 

Natuurlijk zijn er ook feestdagen. Er zijn door het hele jaar festivals en religieuze feesten.Door een andere jaartelling wisselen de festiviteiten van dag in de maand. Het Tibetaanse maanjaar loopt circa zes maanden achter op ons zonnejaar. Hieronder een greep uit de verschillende festivals.

1e maand (meestal februari)
dag 1-7 Nieuwjaarsfestival. Hier zijn in de vorige maand veel voorbereidingen voor getroffen.
dag 4-25 Monlam; het grote gebed, veel pelgrims bij de Jokhang, onder meer paardenrennen. Dit feest werd ingesteld door Zongkapa, de stichter van de Gelug-traditie.
dag 15 Festival van het grote mirakel; een veelheid aan boterlampjes en vuren op de daken
gedenken het eerste mirakel dat Boeddha verrichtte in Sravasti. Veel mensen trekken naar de kloosters deze dag. 

 2e maand
dag 29 Festival om het kwaad te verdrijven.
dag 30 De gouden processie van de vergadering van verering. Monniken lopen om Lhasa
heen en grote thangka's worden aan de zuidkant van de Potala gehangen.

4e maand
dag 15 Viering van de verlichting van Boeddha en het bereiken van Nirvana.

5e maand
dag 5 Het verjaardagsfestival.
dag 15 Het branden van wierook als offergave. Deze viering is gebaseerd op een legende: een Indiase monnik, Padmasambhava, zou in deze maand het kwaad overwonnen hebben in het Tibetaanse Jaar van de Aap.

6e maand
dag 4 Viering van de eerste preek van Boeddha. Pelgrims beklimmen de heilige berg.
dag 29 Begin van het yoghurtfestival.
dag 30 Yoghurtfestival in Sera- en Drepung-klooster.

7e maand
dag 1-5 Yoghurtfestival in Lhasa.
dag 1-15 Rondgang van de akkers; ceremonie om een goede oogst af te dwingen. Dit was oorspronkelijk een festival van de Bon-religie, maar de opkomst van de Gelug-traditie veranderde dit festival volkomen. Boeddhistische portretten werden nu in processie rondgedragen en vrome boeddhisten zongen sutras. 

9e maand
dag 22 Goddelijke afdaling; viering van de terugkeer van Boeddha uit de hemel, pelgrims
trekken naar de kloosters.

11e maand
dag 4-5 Samenkomst van de negen kwaden; op deze dagen zijn de winkels gesloten en wordt
er niet gereisd.

12e maand
dag 29 Afsluiting van het oude jaar; optochten en rituele dansen op de binnenplaats van de
Potala.

De studie

 

Het eerste wat de monnik of noviet leert in het klooster is goed lezen en schrijven. Daarna krijgen ze uitleg van belangrijke boeddhistische sutras, en leren ze technieken om goed te kunnen reciteren. Dit wordt gegeven op verschillende niveaus, en ze duren totdat de student zestien tot achttien jaar oud is.

Als hij er klaar voor is, begint de student deel te nemen aan debatten, wat gezien wordt als een belangrijk onderdeel van de studie. De monniken worden in kleine groepen ingedeeld en onder toezicht van een oudere stellen ze elkaar om de beurt vragen en debatteren ze over verschillende onderwerpen. Vaardigheid hierin wordt gezien als een belangrijk instrument om de geest scherp te houden, en ook worden de monniken hiermee getraind zodat ze in de toekomst vragen van jongere studenten goed kunnen beantwoorden.

 

Als de student deze vaardigheden voldoende beheerst, moet hij examens in logica afleggen. Als hij dit haalt, kan hij verder studeren op een hoger niveau.

 

Dit niveau bevat de volgende zes elementen:

 

1. De Perfectie van Wijsheid

 

De student bestudeert zes jaar lang onderwerpen zoals het nirvana, meditatie en verlichting.

 

2. De Middenweg

 

In een periode van ongeveer vier jaar bestudeert de student een verzameling teksten uit de derde tot de zevende eeuw, en gaat hij dieper in op de filosofie van de leegte, en bestudeert hij de eigenschappen van emoties zoals vreugde en jaloezie.

 

3. Hogere Kennis

 

De schatkamer van de hogere kennis, geschreven door meester Vasubandhu in 350, is de tekst aan de hand waarvan de studenten de rol en creatie van karma, de eigenschappen van tijd en ruimte en de vernietiging van de wereld bestuderen. Dit neemt ongeveer twee jaar in beslag.

 

4. Moraal

 

Nog eens twee jaar wordt besteed aan het bestuderen van beloften die monniken moeten afleggen als ze in het klooster willen; zowel hun voordelen als de dingen die de monniken moeten opgeven als ze in het klooster gaan.

 

5. Boeddhistische logica

 

Dit is een onderdeel dat in bepaalde periodes van de 15 jaar durende studie gegeven wordt.

 

6. De Stappen van Boeddhaschap

 

Deze tekst, geschreven door de stichter van de Gelugpa in de vijftiende eeuw, bereidt de student voor op de ritualistische meditatie die nodig is om de verlichting te bereiken.

 

Als de student al deze onderdelen heeft geleerd, kan hij verder studeren voor de titel van geshe, een hoge geleerde. Dit duurt nog eens zeven jaar, en hij moet zware examens afleggen. In totaal duurt de studie dus 32 jaar.

 

Een heel belangrijk onderdeel van de studie is dat de studenten teksten uit hun hoofd leren. dat begint al wanneer de student net begint met de studie. Ze moeten veel rituelen uit het hoofd kennen. Dat wordt op een bepaalde manier aangeleerd: elke dag leert de jonge monnik een vast aantal teksten. Dit wordt na verloop van tijd meer. Sommigen leren het erg snel, en kunnen soms wel tussen de vijf en tien teksten per dag uit het hoofd leren. s Avonds overhoort zijn leraar hem en wordt hem een nieuw stuk tekst gegeven om te leren. eerst leest de leraar de tekst zorgvuldig voor, zodat de student precies weet hoe hij de tekst moet lezen.

 

De volgende dag, nadat de student opgestaan is en het tijd is om te studeren, gaat hij in kleermakerszit op de grond zitten en roept Manjushri, de bodhisattva van de wijsheid aan.

Daarna begint hij met het uit het hoofd te leren van de tekst die hem de vorige avond is gegeven. Hij leest het hardop, beetje bij beetje voor, totdat hij een stukje kent. Daarna leert hij grotere stukken, en reciteert ze hardop. Zo heeft hij na een tijdje de hele tekst uit zijn hoofd geleerd.

 

De organisatie in het klooster.

 

Vaak zijn de kloosters erg groot en bestaat de orde uit honderden monniken. Zij zijn ingedeeld in groepen.

Een van de hoogste functies is die van lama. Die term, die guru of meester betekent, werd eerst alleen gebruikt voor hooggeplaatste boeddhistische monniken. Gewone monniken werden drapas genoemd. Tegenwoordig wordt de titel van lama ook gebruikt voor gewone monniken, omdat het een vorm van beleefdheid is als je een monnik op die manier aanspreekt.

 

De monniken kunnen worden ingedeeld in vier groepen:

 

1. Monniken die studeren. Zij worden bachogwa genoemd. Zij hebben ze een goede kans om   ambtenaar te worden. Niet elk van hen zal ook werkelijk een ambtenaar worden, maar doordat zij studeren, zijn ze een elite en hebben ze de beste kansen.

 

2. Monniken die geleerd hebben voor een religieus beroep. Dit zijn monniken die zichzelf verhuren om te bidden voor de veiligheid en het geluk van hun klanten; om religieuze ceremonies uit te voeren om hun zonden ongedaan te maken of als orakel.

 

3. Handwerkers en monniken met een gespecialiseerd beroep. Deze categorie omvat beeldhouwers,  schilders, houtsnijders, kopieerders van boeddhistische teksten, en dokters.

 

4. Arbeiders. Deze categorie van gewone monnikendoen allerlei klusjes rond het klooster. De meerderheid van de monniken hoort bij deze groep.

 

Het bestuur in het klooster kan beschreven worden als een piramide bestaande uit drie lagen.

De onderste laag bestaat uit de gewone monniken die verdeeld zijn in groepen die khangchens  heten. Elke khangchen bestaat uit ongeveer 100 monniken, met de oudste fungerend als de jigen of leider. Een comité binnen de khangchen behandelt de dagelijkse zaken.

 

De laag boven de khangchen is de dratsang of school. Het wordt ook wel universiteit genoemd. Elke dratsang is min of meer onafhankelijk en bestaat uit verscheidene khangchens. Het is een soort klooster binnen het klooster met zijn eigen gebedshal en bibliotheek, en het bezit eigen land en gebouwen. De verschillende dratsangs verschillen van elkaar in grootte en rijkdom. Sommige zijn zo klein dat ze geen verschillende khangchens hebben. sommige dratsangs zijn scholen voor exoterisch boeddhisme, en sommige voor esoterisch of tantrisch boeddhisme.

 

Elke dratsang wordt geleid door een khenpo. Aangesteld door het locale bestuur of de superieure klooster moet de khenpo een eminente monnik geleerde zijn die de graad van geshi bezit. Een khenpo leidt de dratsang  en heeft de religeuze en financiele leiding voor een termijn van drie jaar. Onder de khenpo staat de lhazang chanzod die, samen met zijn assistenten de bezittingen van de dratsang beheert. Een gesko is verantwoordelijk voor het behouden van de discipline, het straffen van overtreders en het oplossen van conflicten tussen monniken. In Lhasa nemen de geskos van de drie grote kloosters de stad over gedurende het grote gebedsfestival mon lam. Deze ambtenaren, de budsad die het zingen van de sutras leidt en de shunglapa, die de leiding heeft over de studie, de debatten en de examens vormen samen het bestuur van de dratsang.

 

Aan de top van de piramide staat een groep die laji genoemd wordt. Zij staan aan het hoofd van het gehele klooster. Deze groep bestaat uit alle dratsang khenpos en staat onder leiding van de abt. Onder de laji zijn verscheidene monniken die de bezittingen van het klooster beheren. Dat kan soms erg groot zijn; er zijn kloosters die hele provincies bezitten.

In deze groep zitten ook enkele geskos die toezien op de discipline in het klooster en nog een budsad die het zingen van de sutras leidt bij een samenkomst. 

  

 

 

 

monks-drepung-monastery.jpg