Make your own free website on Tripod.com
Het dagelijks leven van een boeddhistische monnik

Home

Thailand
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Thailand
De toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
China
-
De geschiedenis van het boeddhisme in China
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Tibet
-
De geschiedenis van het boeddhisme in Tibet
Toetreding tot de sangha
Het dagelijks leven
-
Meditatie
Nawoord
Literatuur
Contact
Toetreding tot de sangha

sideways-smile.jpg


Zoals gezegd waren er vroeger duizenden kloosters in Tibet. Het werd van elke familie verwacht dat ze in ieder geval een jongen naar het klooster stuurden. Elke familie werkte hard om zich dat te kunnen veroorloven. Dit was geen klein offer, want de familie bleef verantwoordelijk voor de monnik. Een groot aantal van de mannen was monnik. Om een idee te geven van de populariteit van deze religieuze missie: in het begin van de twintigste eeuw was ongeveer een vijfde van alle Tibetaanse mannen monnik.

Gewoonlijk werden jongens ingewijd als ze zeven of acht jaar waren. De gewoonte was dat ze oud genoeg moesten zijn om kraaien weg te jagen van het land. Het leven in het klooster was in die tijd de enige manier om toegang tot onderwijs te krijgen, en de familie kreeg meer aanzien als een zoon uit die familie in het klooster zat. Mensen gingen in het klooster om te leren, de wens van hun familie te vervullen en om religieuze redenen. Als een jongen naar het klooster werd gestuurd, was het lang niet zeker of hij ook een scholastische opleiding zou krijgen. Afhankelijk van zijn kracht kon de jongen de opdracht krijgen soldaat te worden, een kok of een klerk. Alleen een intellectuele elite mocht studeren voor de titel van geshe. Alhoewel de omstandigheden op het gebied van onderwijs en economie verbeterd zijn, trekken er nog veel mensen naar de kloosters.

 

De formele toetredingsceremonie lijkt zich sterk te hebben ontwikkeld na de dood van de Boeddha. Toen hij nog leefde, gebruikte hij zo min mogelijk ceremonieel. Als je een monnik wilde worden, vroeg je dat aan de Boeddha. Christopher Lamb heeft dit beschreven in zijn artikel Rites of passage in het boek Buddhism, uit 2001:

 

(pagina 156)

Come monks, the Lord said, well taught is the Dharma, fare the Brahmafaring [holy
 life] for making an utter end of ill.

 

Later gaf hij monniken zelf toestemming ceremonies uit te voeren:

 

            (pagina 156)

First, having made him have his hair and beard cut off, having made him put on yellow robes, having made him arrange an upper robe over one shoulder, having made him honour the monks feet, having made him sit down on his haunches, having made him salute with joined palms, he should be told: Speak thus, I go to the awakened one for refuge, I go to the Dharma for refuge, I go to the Order for refuge

 

Later werd je een monnik in twee stappen: het novitiaat en de volledige toetreding.

Als een jongen jonger was dan twintig jaar als hij het klooster in ging, onderging hij een ceremonie waardoor hij een noviet werd. Hij krijgt een man die al minstens tien jaar monnik is, toegewezen als leraar. Hij krijgt zijn kleed en belooft zich te houden aan tien geboden:

 

-         hij mag geen enkel levend wezen schade toebrengen

 

-         hij mag niet nemen wat hem niet is gegeven

 

-         hij moet zich onthouden van seksuele activiteiten

 

-         hij mag niet liegen

 

-         hij mag geen verdovende middelen gebruiken

 

-         hij mag niet eten op het verkeerde uur

 

-         hij mag niet dansen en moet werelds amusement vermijden

 

-         hij mag geen sieraden en parfum gebruiken

 

-         hij mag niet in een comfortabel bed slapen

 

-         hij mag geen goud of zilver aannemen

 

Op twintigjarige leeftijd word je een kandidaat voor het volledig toetreden tot de kloosterorde.

Het is een formele ceremonie, waarbij monniken aanwezig moeten zijn.

Hij word gevraagd of hij vrij is (en geen slaaf), mens (en geen demon), en man (en geen hermafrodiet), vrij van schulden, vrij van ziekten zoals astma en lepra, of hij toestemming van zijn ouders heeft en of hij minstens twintig jaar oud is.

Als het antwoord op al die vragen ja is, wordt hij ondervraagd om zijn geschiktheid voor het klooster te toetsen. Daarna word er aan de aanwezige monniken gevraagd of de kandidaat toegelaten mag worden. Als zij blijven zwijgen, word de noviet toegelaten tot het klooster.

De precieze tijd van toelating wordt zorgvuldig genoteerd, want dit bepaalt de senioriteit van de monnik. De monnik moet zich nu houden aan alle 258 regels van de orde.

 

tibet.jpg